Ontmoeting met de meester van het surrealisme

Eind 1942 komt Johfra voor het eerst in aanraking met het werk van Salvador Dalí. De verbeeldingen van deze kunstenaar werken op hem als een tonicum.

In april 1959 trekken Johfra en Diana Vandenberg naar het plaatsje Figueras in Spanje, de geboorteplaats van Salvador Dalí. Het plaatsje laat geen positieve indruk op Johfra achter. Nog dezelfde dag gaan ze naar Port Lligat om naar het huis van Dalí te gaan kijken. Zijn stemming wordt er niet beter van. Hij noteert die dag in zijn dagboek: Wat een droef land! Hoe komt iemand ertoe om hier te gaan wonen tussen een paar vissershutten aan een strandje van enkele tientallen meters?

Op 6 augustus 1959 bezoeken Johfra en Diana wederom Port Lligat, maar nu met de bedoeling om Salvador Dalí te gaan ontmoeten. De omgeving maakt nog steeds geen positieve indruk op Johfra. Nog dezelfde middag kloppen ze aan bij het huis van Dalí. De eerste ontmoeting verloopt wat gespannen en vreemd, maar het komt moeizaam tot een kort gesprek. Ze spreken af om de volgende dag weer langs te komen.

De volgende dag bezoeken ze Dalí op het afgesproken tijdstip. Dalí maakt nu een hele andere indruk, zowel qua gedrag als qua uiterlijk. Op Johfra maakt het uiterlijk vertoon weinig indruk. Hij is vooral op zoek naar de mens achter Salvador Dalí, iets wat de grote meester op dat moment wat onrustig maakt.


Salvador Dalí (1959)

Het genie van Port Lligat (1985)

De apotheose van Dalí (1971)

Samen gaan ze naar het atelier alwaar Dalí hun enkele grote kunstwerken in wording toont. Ze bespreken een schilderij dat Dalí Les Lansas noemt (note: de uiteindelijke titel is De ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus). Dit werk maakt grote indruk op Johfra. Dalí toont welke aanpassingen hij aan zijn atelier heeft moeten maken om een dergelijk groot schilderij te kunnen realiseren.

's Avonds noteert Johfra in zijn dagboek enkele vertwijfelingen en teleurstellingen: Een storm van tegenstrijdige gedachten en gevoelens liet dit bezoek bij ons achter. Ik vond hem afstotend en sympathiek en tragisch. Een gekerkerde die gedwongen is het figuur te zijn dat hij zelf creëerde. Een slachtoffer van de wereld waarvan hij de nar is, en van zichzelf door zijn grenzenloze ijdelheid, waardoor het hem onmogelijk is om met deze situatie te breken. Wat ik totaal miste, was elk spoor van blijheid en humor.

In 1978 komt Johfra het grafiekwerk van Salvador Dalí tegen op de Kunstmesse in Basel. Dit maakt een negatieve indruk op hem. In zijn dagboek noemt hij dit werk oppervlakkig en voor een schilder van zijn formaat onwaardig. Johfra is vooral teleurgesteld.

In januari 1998 schrijft Johfra in zijn dagboek: Nu denk ik geheel anders over deze mens, meer genuanceerd. Als het bezoek nu had kunnen plaatsvinden, zou het ook heel anders hebben uitgepakt. Maar dit geldt natuurlijk altijd. Het is feitelijk nooit goed de dingen vast te leggen. Met alles wat je beschrijft, of het nu een zaak betreft of een persoon, spreek je een persoonlijk oordeel uit. Wij kennen onszelf niet eens, hoe zouden wij dan een ander kunnen kennen?
Ik ken het werk van Dalí nu 55 jaar en het is een vaste factor in mijn wereld geworden. Nu weet ik veel meer van hem en zie ik ook meer in zijn werk dan vroeger. Evenals Leonardo da Vinci (die door Dalí als 'goddelijk' werd erkend) heeft Dalí vormend op mij ingewerkt. Hij heeft mij uitermate geboeid, maar ook heel vaak teleurgesteld en geërgerd, wat nooit het geval is geweest bij Leonardo, die mijn geestelijke vader is.