De jaren met Diana Vandenberg

Aan het begin van 1946 wordt Johfra door zijn vrienden in contact gebracht met ene Diavola. Dit was de bijnaam van Angèle Thérèse Blomjous (Den Haag, 1 april 1923 - Den Haag, 3 oktober 1997). De eerste ontmoetingen verlopen wat te onstuimig voor de meer in zichzelf gekeerde Johfra, maar op 1 april, de verjaardag van Diavola, komt het gesprek op het schilderen, biologie en dergelijke. Het gesprek wordt opeens veel serieuzer, de gemeenschappelijke interesses leiden tot een band van collegialiteit.

Omdat ze vindt dat ze een serieuzer image moet krijgen verandert Diavola haar naam in Diana, zo verandert het duivelinnetje in de godin van de jacht. Johfra en Diana trekken steeds vaker met elkaar op en een relatie ontstaat. In de zomer van 1946 reist hij Diana achterna naar Parijs. Diana werkt daar als au pair en Johfra verblijft tien dagen in het atelier van een vriend. In 1947 verblijft Johfra wederom in Parijs, waar Diana nog steeds werkt. Nu hebben ze meer tijd voor elkaar en bezoeken vele musea en andere bezienswaardigheden.

Bij terugkomst in Den Haag betrekken ze de zolderruimte van het appartement van de ouders van Johfra. In 1948 trekken ze naar Italië om daar vooral Rome te bezoeken. Deze reis is het begin van een aantal reizen naar Italië, welke een blijvende indruk bij Johfra achterlaten en als inspiratie dienen voor vele schilderijen waaronder de Fonteinenserie.


Het ontluiken (1951)

Het spook van melancholie (1963)

De verrassing (1961)

Diana is de motor achter de diverse reizen welke het stel maakt naar de Alpen, de Dolemieten, de Pyreneeën, de Zwitserse meren, Florence en Venetië. Ook op het schildersvlak verloopt het dan beter. De verkopen nemen toe en zij krijgen hierdoor wat meer financiële armslag. Johfra houdt in deze naoorlogse periode enkele solotentoonstellingen in kunstzaal Bennewitz te den Haag.

Op 21 maart 1952 treden Johfra en Diana in het huwelijk. Ze staan dan op het punt om naar Amerika te emigreren en een huwelijk zou het verkrijgen van een visum vergemakkelijken. Niet veel later zien ze echter van emigratie af en besluiten om in Nederland te blijven. Ze leren Cor Damme kennen, één van de medeoprichters van het Lectorium Rosicrucianum in Haarlem. In 1953 treden Johfra en Diana toe tot de rozenkruisers.

In 1954 bezoeken ze de grotten van Lascaux. Verder worden diverse solotentoonstellingen gehouden, niet alleen in Nederland maar ook in Los Angeles en Cleveland (1956) en Brussel (1957). Op 7 augustus 1959 ontmoeten ze Salvador Dalí in Port Lligat.


De lange weg (1958)

De stille omgang (1958)

Christmas Island Hula (1960)

In 1957 stelt Diana haar vriendin Els de Jonge (Ellen Lórien) voor aan Johfra. Tussen Johfra en Ellen bloeit een relatie op. Johfra en Diana betrekken in 1961 het pand Madoerastraat 7 te Den Haag, maar in 1962 zal Johfra Diana verlaten. Ook zegt hij zijn lidmaatschap bij de rozenkruisers op. Eind 1962 gaat hij met Ellen samenwonen in Amsterdam en komt er een definitief einde aan de periode met Diana.

Het zal tot 1970 duren totdat Diana instemt met een echtscheiding. Zij noemt zich na het vertrek van Johfra Diana Vandenberg, omdat zij de band met Johfra voor de buitenwereld hoe dan ook in stand wil houden.