De beginjaren

Franciscus Johannes Gijsbertus van den Berg, roepnaam Frans. Geboren op 15 december 1919 om 10:30 te Rotterdam in de Scheepstimmermanslaan. Zoon van Franciscus Hubertes Bernardus van den Berg (Roermond 4 april 1890 - Den Haag 28 december 1977) en Jeanne Bosschart (Rotterdam 3 maart 1884 - Den Haag 24 juli 1968).


Vader: Frans van den Berg

Frans van den Berg

Moeder: Jeanne Bosschart

In 1922 verhuist het gezin naar de Anna Paulownastraat te Den Haag. Zijn lagere school periode ondergaat hij gedwee, met zijn rode haardos is hij dikwijls het mikpunt van de klas. Hij weet hier een persoonlijk pantser voor te ontwikkelen en verlegt zijn aandacht op zijn fantasie en de natuur om hem heen. In deze periode ontwikkelt zijn tekentalent zich. Elke avond tekent hij datgene wat die dag zijn interesse gewekt heeft. Op school mag hij in het vrije kwartier op het schoolbord tekenen. De verbaasde en bewonderende blikken van zijn medeleerlingen bij het aanschouwen van zijn creaturen sterken hem dat dit het pad is zijn welke hij moet gaan bewandelen.


Landschap (1934)

Bos met paddenstoelen (1939)

De reus en Klein Duimpje (1939)

Op 12-jarige leeftijd verlaat hij de lagere school. Vanaf dat moment krijgt hij privéles van een oudoom in moderne talen en wiskunde, ter overbrugging van de periode tot toelating tot de Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag. Hij kan dan aan het ontwikkelen van zijn tekentalenten een verdere invulling geven.

Op een bepaald moment verhuist het gezin naar Wassenaar om vlak na de zomer van 1938 weer terug te keren naar Den Haag, waar een woonhuis aan de Van Linschotenstraat in de wijk Bezuidenhout betrokken wordt.